Gedragstherapie

“Gedragstherapie” is een vorm van psychotherapie die is gestoeld op de theorie dat een groot deel van het menselijk gedrag aangeleerd. Psychische klachten en andere problemen komen vaak voort uit dergelijk aangeleerd gedrag. In gedragstherapie leert men deze disfunctionele gedragingen af. Vervolgens wordt er nieuw, gezond gedrag aangeleerd. De cliënt leert bijvoorbeeld ontspannen te blijven in situaties die voorheen irrationele angst veroorzaakten. Op deze manier kunnen klachten worden verminderd of zelfs verholpen.

In de gedragstherapie wordt er gewerkt vanuit het idee van conditionering. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen klassieke en operante conditionering. Klassieke conditionering wil zeggen dat verschillende prikkels, zoals gebeurtenissen, omgevingen of situaties, aan elkaar gekoppeld worden. Bijvoorbeeld: iemand die eens ‘s avonds in een park beroofd is, kan de beroving koppelen aan de situatie en de omgeving. Het gevolg kan zijn dat diegene een angst ontwikkeld voor het donker en voor parken. Operante conditionering betekend dat gedrag in het verleden is gevormd door de situatie die erop volgde. Bijvoorbeeld: een kind dat telkens straf krijgt als het gaat huilen, kan uiteindelijk gaan huilen als het aandacht wil. Het kan ook proberen nooit meer te huilen, om zo de negatieve prikkel, de straf, te vermijden. Net zoals deze vormen van conditionering worden aangeleerd, kunnen ze via gedragstherapie ook worden afgeleerd.

Gedragstherapie is gericht op het aanpakken van concrete klachten. Daarbij heeft de therapeut een directieve rol: de therapeut bepaald de richting van de therapie en geeft aan hoe de problemen moeten worden opgelost.

Vormen van gedragstherapie

Sinds het ontstaan zijn er diverse stromingen ontstaan binnen de gedragstherapie. Deze verschillende vormen zijn allemaal gebaseerd op de ‘klassieke gedragstherapie’, maar werken net vanuit een andere visie. De drie belangrijkste vormen zijn:

  • Cognitieve gedragstherapie – Cognitieve gedragstherapie brengt een therapeutisch proces op gang door middel van het veranderen van zowel disfunctioneel gedrag als negatieve manieren van denken. Daarbij gaat men ervan uit dat gedachten en gedrag met elkaar in verbinding staan.
  • Constructionele gedragstherapie – Bij constructionele gedragstherapie is er veel aandacht voor de invloed die de omgeving van de cliënt heeft op diens gedrag. Nadat is vastgesteld hoe de cliënt omgaat met zijn of haar omgeving, worden de situaties waarin de cliënt klachtenvrij functioneert uitgebreid.
  • Klachtgerichte gedragstherapie – Klachtgerichte gedragstherapie stelt de klacht van de cliënt centraal. De klacht wordt eerst geanalyseerd. Wanneer de probleemanalyse is voltooid wordt een stappenplan opgesteld om de klacht te verminderen door middel van opdrachten en oefeningen.

Bij welke klachten

Gedragstherapie wordt voornamelijk ingezet bij concrete klachten zoals verslavingen, slaapstoornissen, angsten, fobie en slechte gewoonten. Ook door relatietherapeuten wordt gedragstherapie toegepast. Gedragstherapie is minder geschikt voor mensen die behoefte hebben aan persoonlijke groei en verdieping; een persoonsgerichte therapie is daarvoor geschikter.

Duur van gedragstherapie

De therapeut en cliënt komen meestal op wekelijkse of tweewekelijkse basis samen. De duur van gedragstherapie is afhankelijk van de klacht en de vorm van de therapie. Gemiddeld zijn er tussen de tien en vijfentwintig sessies van 45 minuten nodig.

Gedragstherapie links

VGCt – De Vereniging voor Gedragstherapie en Cognitieve therapie biedt informatie over gedragstherapie aan zowel cliënt als gedragstherapeut.

VVGT – De Vlaamse Vereniging voor Gedragstherapie informeert over gedragstherapie en brengt gedragstherapeuten en geïnteresseerden bijeen.