Verlegenheid verklaard

Mensen die last hebben van verlegenheid, ervaren spanningen en angst in het gezelschap van anderen. Deze spanning kent lichamelijke uitingen, zoals blozen, transpireren, benauwdheid en hartkloppingen. Ook kan verlegenheid zorgen voor bijvoorbeeld stuntelig gedrag en sociale teruggetrokkenheid. Tegelijkertijd is er sprake van een negatief zelfbeeld. Verlegenheid uit zich dus in lichamelijke spanning, gespannen gedrag, en een negatief zelfbeeld. Dit zorgt ervoor dat verlegen mensen zich belemmert voelen om te zeggen en te doen wat ze eigenlijk zouden willen. Onzekerheid lijkt ten grondslag te liggen aan verlegen gedrag.

Ontwikkeling van verlegenheid

Er bestaan verschillende theorieën over de ontwikkeling en definitie van “verlegenheid”. De belangrijkste zijn:

  • Aangeleerde angst – Volgens velen is verlegenheid een aangeleerde angst. Negatieve sociale ervaringen uit het verleden zouden spanning oproepen als soortgelijke situaties zich in het heden voor doen. Bepaalde situaties worden dan geassocieerd met een gevoel van angst en spanning, waardoor de verlegenheid wordt getriggerd. Verlegenheid kan op deze manier een substituut worden voor onderliggende gevoelens, zoals boosheid. Zo kan het voorkomen dat een verlegen persoon niet weet om te gaan met een gevoel van boosheid, in verwarring raakt, en zich verlegen gaat gedragen. Het niet uiten van boosheid of andere negatieve gevoelens, wordt vervolgens vaak positief beloond door de sociale omgeving. Verlegen gedrag wordt immers vaak gezien als deugdzaam en aangepast.
  • Gevolg van onjuiste gedachten – Verlegenheid zou ook kunnen voortkomen uit de manier waarop mensen over bepaalde situaties denken. Angstige en neerslachtige gedachten zijn volgens deze theorie veelal het gevolg van een onlogische denkwijze. Verlegen gedrag zou dan het gevolg zijn van irreële negatieve verwachtingen en veronderstellingen.
  • Tekort aan vaardigheden – Volgens deze theorie ontstaat verlegenheid uit een tekort aan vaardigheden. Bepaalde gedragingen of omgangsvormen zijn dan nooit geleerd, bijvoorbeeld omdat men uit een ander milieu of cultuur komt, waardoor men in sommige situaties niet passend kan reageren. Een verlegen reactie is dan het gevolg.
  • Symptoom van onderliggende problemen – Deze psychoanalytische theorie stelt dat verlegenheid een symptoom is van tegenstellingen in de persoonlijkheid. Ieder mens heeft zowel kinderlijke driften en neigingen in zich. Ook heeft ieder mens in de loop der jaren een geweten opgebouwd, grotendeels gevormd door normen en waarden uit de maatschappij. Goed aangepast gedrag vloeit voort uit een juiste balans tussen de kinderlijke driften en het geweten. Als deze balans verstoord is, kan dit zich uiten in verlegenheid.
  • Erfelijkheid – Veel onderzoekers zijn het erover eens dat verlegenheid voor een deel erfelijk is, en voor een deel ontstaat onder invloed van levenservaringen. Over de preciese mate van erfelijkheid verschillen echter de meningen.

Hoeveel verlegen mensen zijn er?

Uit onderzoek blijkt dat 80% van de bevolking wel eens verlegen is of is geweest. Van de deelnemers noemde 40% zichzelf verlegen. Daarvan is 4% in alle situaties verlegen, de rest is alleen in bepaalde situaties verlegen. De helft van alle verlegen mensen ervaart de verlegenheid als grote last.