Piekeren en piekeraars

Ieder mens ondergaat periodes waarin hij of zij piekert. Piekeren is menselijk, en op zichzelf niet kwalijk, omdat het doorgaans van voorbijgaande aard is. Als piekeren echter een gewoonte wordt, krijgt het een dwangmatig karakter. Er is dan sprake van een piekerstoornis. Mensen met een piekerstoornis hebben een ongezonde en disfunctionele denkwijze. Dwangmatige piekeraars onderscheiden zich in het bovengemiddeld vaak piekeren. Een dergelijk getob kan grote negatieve effecten hebben op het handelen en de gevoelens van de piekeraar. Zo heeft piekeren vaak besluiteloosheid en inactiviteit tot gevolg. Ook kan het leiden tot gevoelens van neerslachtigheid, angst, en onzekerheid.

Piekeren is een uiting van overbezorgdheid. Bij overbezorgdheid staan de zorgen niet in verhouding met de eventuele dreiging. De zorgen zijn dan voor een groot deel denkbeeldig. Tijdens het piekeren wordt de realiteit vaak uit het oog verloren, en wordt er uitgegaan van verwezenlijking van onwaarschijnlijke dreigingen. Kenmerkerkend is dat de piekeraar in gedachten altijd in het verleden of de toekomst is, in plaats van in het heden.

Onze hersenen zijn continu bezig met het verwerken van informatie. Tijdens deze informatieverwerking wordt er geen onderscheid gemaakt tussen gezonde en ongezonde informatie. Onjuiste of irreële informatie wordt dus even gemakkelijk verwerkt als juiste informatie. Tijdens het piekeren worden de hersenen voorzien van onjuiste informatie in de vorm van onrealistische onheilsgedachten. Het verstand wordt daarbij als het ware op een verkeerde, disfunctionele manier gebruikt.

Aanleidingen voor piekeren

Het is mogelijk dat sommige mensen meer aangeboren aanleg tot piekeren hebben dan anderen. Toch is niemand als dwangmatig piekeraar ter wereld gekomen: piekeren is voor een aanzienlijk deel situatiegebonden. De ene situatie geeft dus meer aanleiding tot piekergedrag dan de andere. De aanleiding tot piekeren is over het algemeen het constateren van een dreiging. De aanleidingen kunnen globaal worden onderverdeeld als:

  • Situaties en ervaringen – Piekeren kan voortkomen uit bepaalde ervaringen. Vaak gaat het dan om ingrijpende gebeurtenissen of veranderingen van de levenssituatie.
  • Herinneringen en toekomstgedachten – Veel piekeraars herhalen eindeloos negatieve gedachten over het verleden. Daarnaast wordt er vaak gefantaseerd over de toekomst. Hierbij worden de gedachten gevoed met angstwekkende voorstellingen.
  • Emoties – Onze gevoelens kunnen ons tot piekeren aanzetten. Wie vaak negatieve emoties als angst of neerslachtigheid ervaart, zal eerder geneigd zijn tot tobben.
  • Gedrag van anderen – Piekeren kan ook ontstaan als reactie op het gedrag van anderen. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen bij het ontvangen van kritiek.
  • Fysieke klachten – Piekeren kan zich soms uiten als een lichte vorm van hypochondrie. Men maakt zich dan overmatig zorgen over fysieke klachten die vaak grotendeels denkbeeldig zijn. De negatieve gedachtegang lijdt tot gepieker.