Depressief, wat is dat?

Een “depressief” persoon is niet in staat de somberheid van zich af te schudden. Ook als er opbeurende gebeurtenissen plaats vinden, veranderd de stemming niet. Alles wordt als uitzichtloos en zinloos ervaren, en men haalt weinig plezier meer uit het leven. Een depressie maakt daardoor minder actief, de drempel om iets te ondernemen wordt steeds hoger. Ook interesses en verlangens verdwijnen. Depressiviteit vormt hierdoor een ernstige beperking in het sociaal en maatschappelijk functioneren. De kwaliteit van leven wordt door depressieve mensen als zeer laag ervaren.

Een rotdag of depressief

Ieder mens is soms neerslachtig en zit wel eens in een dip. Van een depressie is dan meestal geen sprake. Een dergelijke dip of ongelukkige periode, waait over het algemeen namelijk vanzelf weer over. Termen als depressief, ongelukkig en neerslachtig worden nogal vaak ten onrechte als inwisselbaar gezien en gebruikt. Er is sprake van een depressie wanneer iemand lange tijd last heeft van een ongebruikelijk sombere stemming. Het verschil tussen een depressie en een tijdelijk gevoel van somberheid of neerslachtigheid, schuilt dus voornamelijk in de duur van dat gevoel. Een depressie kan weken of maanden duren, maar ook jaren. Volgens het DSM, een handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen, is er sprake van een depressie wanneer één van de volgende kernsymptomen minimaal twee weken aanwezig is:

  1. Een zeer neerslachtige stemming gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.
  2. Een ernstig verlies van interesse in alle of bijna alle activiteiten gedurende het grootste deel van de dag, bijna elke dag.

Ook moeten er minimaal vier overige symptomen van depressiviteit aanwezig te zijn:

  1. Een bovengemiddeld gevoel van verdriet of angst, of het onvermogen om emotie te voelen.
  2. Een verminderde belangstelling in aangename activiteiten.
  3. Eetproblemen (heel veel of juist heel weinig eten) en veranderingen in het gewicht.
  4. Een verstoord slaappatroon, slapeloosheid of meer slapen dan normaal.
  5. Veranderingen in activiteit: rusteloosheid of geremdheid.
  6. Vermoeidheid, zowel geestelijk als fysiek, en verlies van energie.
  7. Een gevoel van schuld, waardeloosheid of bezorgdheid.
  8. Een negatief zelfbeeld.
  9. Een verlaagd concentratievermogen of verhoogde besluiteloosheid.
  10. Het herhaaldelijk denken over de dood of zelfmoord.

Hoe vaak komt een depressie voor?

Onder alle lagen van de bevolking komen depressies voor. Over de hele wereld, en bij elke leeftijd. Wel blijkt uit onderzoek dat vrouwen zo’n twee keer zoveel kans hebben op een depressie dan mannen. Dit verschil is voor een groot deel genetisch bepaald. Zo’n 6,3 procent van de Nederlandse bevolking boven de twaalf jaar is depressief. Dat blijkt uit onderzoek uit het jaar 2003. Dat betekend dat er in dat jaar in Nederland alleen al 856.000 mensen leden aan een depressie.