Oorzaken van depressiviteit

Welke factoren een rol spelen in het ontstaan van een depressie, is verschillend per persoon. Het is moeilijk te zeggen waarom de ene persoon depressief raakt, terwijl de andere persoon onder dezelfde omstandigheden goed blijft functioneren. Er zijn ontelbaar veel oorzaken mogelijk voor depressies. Het is dus onmogelijk dé oorzaak voor depressiviteit aan te wijzen, die bestaat simpelweg niet. Een depressie ontwikkeld zich altijd vanuit een combinatie van verschillende oorzaken. De veelheid aan mogelijke oorzaken is ruwweg als volgt onder te verdelen in enkele categorieën.

Lichamelijke oorzaken

  • Erfelijke factoren – Uit uitgebreide onderzoeken blijkt dat aanleg tot depressie tot op zekere hoogte erfelijk is. Iemand met veel familieleden die wel eens aan een depressie geleden hebben, is daarom vele malen vatbaarder voor depressie dan een gemiddeld persoon. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat iemand die biologisch kwetsbaar is voor depressiviteit, per definitie depressief wordt.
  • Het functioneren van de hersenen – Ondanks oneindig veel onderzoek, is er over de werking van onze hersenen, nog steeds relatief weinig bekend. Wel zijn onderzoekers het erover eens dat bepaalde stoffen in onze hersenen, de zogenaamde neurotransmitters, invloed hebben op onze gemoedstoestand. Een tekort aan neurotransmitters als serotonine en noradrenaline kan bijdragen aan een depressie.
  • Lichamelijke ziekten en aandoeningen – Een lichamelijke ziekte kan invloed hebben op het ontstaan van een depressie. Zo kunnen hersenziekten zoals multiple sclerose (MS), epilepsie, de ziekte van Parkinson of een hersenschudding zorgen voor een stemmingsstoornis. Ook kunnen infectieziekten zoals griep, hepatititis, aids of de ziekte van Pfeiffer een depressie veroorzaken. Daarnaast zijn er de ziekten die de aanmaak van hormonen beïnvloeden en daardoor bijdragen aan een depressie. Enkele ziekten die de hormoonvorming uit balans kunnen brengen zijn ziekten aan de schildklier of de bijnierschors en suikerziekte. Tenslotte kunnen voedingstekorten bijdragen aan een depressieve stemming. Het gaat dan onder andere om een tekort aan vitamine B6, B12 of C, en gebrek aan ijzer of zink.
  • Medicijnen – Het gebruik van medicijnen kan aanleiding zijn voor het ontwikkelen van een depressie. Enkele soorten middelen die volgens onderzoek een depressieve stemming kunnen veroorzaken zijn hormoonpreparaten, middelen tegen hartzieken of een hoge bloeddruk, en middelen tegen de zieke van Parkinson.
  • Alcohol en drugs – Door overmatig gebruik of misbruik van genotsmiddelen zoals alcohol en drugs, kan men in een depressie raken. Het gebruik van deze middelen kan een bestaande depressie tevens in stand houden.

Sociale oorzaken

  • Belangrijke gebeurtenissen – Terugkijkend op een depressie, blijkt vaak dat men depressief is geworden nadat er een ingrijpende gebeurtenis of verandering in het leven heeft plaats gevonden. Zo’n gebeurtenis staat vaak in verband met verlies, bijvoorbeeld het overlijden van een geliefde, of de beëindiging van een relatie. Ook een ziekte, zoals bijvoorbeeld kanker, kan moedeloos maken en zo zorgen voor een depressie.
  • Belastende situaties – Depressiviteit kan ook voortvloeien uit situaties die voortdurend stress en spanning opleveren. Een depressie kan bijvoorbeeld voortkomen uit een baan die te veeleisend is, maar ook voortdurende werkloosheid kan teveel spanning en stress opleveren.

Psychische oorzaken

  • Karakter – Sommige karaktereigenschappen kunnen een persoon meer vatbaar maken voor depressiviteit. Voorbeelden van dergelijke karaktertrekken zijn bijvoorbeeld een negatief zelfbeeld, een te sterk plichtsgevoel, perfectionisme of onzekerheid. Iemand die naar zichzelf overmatig kritisch is, heeft vaak het gevoel te falen. Dergelijke negatieve denkpatronen kunnen leiden tot een depressieve gemoedstoestand.
  • Negatieve ervaringen – Nare ervaringen uit het verleden kunnen invloed hebben op de vorming van depressiviteit. Een persoon die een slechte jeugd heeft gehad, bijvoorbeeld in de vorm van verwaarlozing, eenzaamheid, angst, of misbruik, zal op latere leeftijd meer kans hebben op een depressie. Dergelijke invloedrijke negatieve ervaringen verschillen van persoon tot persoon en kunnen zeer uiteenlopend zijn.

Welke factoren een rol spelen in het ontstaan van een depressie, is verschillend per persoon. Het is moeilijk te zeggen waarom de ene persoon depressief raakt, terwijl de andere persoon onder dezelfde omstandigheden goed blijft functioneren. Er zijn ontelbaar veel oorzaken mogelijk voor depressies. Het is dus onmogelijk dé oorzaak voor depressiviteit aan te wijzen, die bestaat simpelweg niet. Een depressie ontwikkeld zich altijd vanuit een combinatie van verschillende oorzaken. De veelheid aan mogelijke oorzaken is ruwweg als volgt onder te verdelen in enkele categorieën.

Lichamelijke oorzaken

  • Erfelijke factoren

Uit uitgebreide onderzoeken blijkt dat aanleg tot depressie tot op zekere hoogte erfelijk is. Iemand met veel familieleden die wel eens aan een depressie geleden hebben, is daarom vele malen vatbaarder voor depressie dan een gemiddeld persoon. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat iemand die biologisch kwetsbaar is voor depressiviteit, per definitie depressief wordt.

  • Het functioneren van de hersenen

Ondanks oneindig veel onderzoek, is er over de werking van onze hersenen, nog steeds relatief weinig bekend. Wel zijn onderzoekers het erover eens dat bepaalde stoffen in onze hersenen, de zogenaamde neurotransmitters, invloed hebben op onze gemoedstoestand. Een tekort aan neurotransmitters als serotonine en noradrenaline kan bijdragen aan een depressie.

  • Lichamelijke ziekten en aandoeningen

Een lichamelijke ziekte kan invloed hebben op het ontstaan van een depressie. Zo kunnen hersenziekten zoals multiple sclerose (MS), epilepsie, de ziekte van Parkinson of een hersenschudding zorgen voor een stemmingsstoornis. Ook kunnen infectieziekten zoals griep, hepatititis, aids of de ziekte van Pfeiffer een depressie veroorzaken. Daarnaast zijn er de ziekten die de aanmaak van hormonen beïnvloeden en daardoor bijdragen aan een depressie. Enkele ziekten die de hormoonvorming uit balans kunnen brengen zijn ziekten aan de schildklier of de bijnierschors en suikerziekte. Tenslotte kunnen voedingstekorten bijdragen aan een depressieve stemming. Het gaat dan onder andere om een tekort aan vitamine B6, B12 of C, en gebrek aan ijzer of zink.

  • Medicijnen

Het gebruik van medicijnen kan aanleiding zijn voor het ontwikkelen van een depressie. Enkele soorten middelen die volgens onderzoek een depressieve stemming kunnen veroorzaken zijn hormoonpreparaten, middelen tegen hartzieken of een hoge bloeddruk, en middelen tegen de zieke van Parkinson.

  • Alcohol en drugs

Door overmatig gebruik of misbruik van genotsmiddelen zoals alcohol en drugs, kan men in een depressie raken. Het gebruik van deze middelen kan een bestaande depressie tevens in stand houden.

Sociale oorzaken

  • Belangrijke gebeurtenissen

Terugkijkend op een depressie, blijkt vaak dat men depressief is geworden nadat er een ingrijpende gebeurtenis of verandering in het leven heeft plaats gevonden. Zo’n gebeurtenis staat vaak in verband met verlies, bijvoorbeeld het overlijden van een geliefde, of de beëindiging van een relatie. Ook een ziekte, zoals bijvoorbeeld kanker, kan moedeloos maken en zo zorgen voor een depressie.

  • Belastende situaties

Depressiviteit kan ook voortvloeien uit situaties die voortdurend stress en spanning opleveren. Een depressie kan bijvoorbeeld voortkomen uit een baan die te veeleisend is, maar ook voortdurende werkloosheid kan teveel spanning en stress opleveren.

Psychische oorzaken

  • Karakter

Sommige karaktereigenschappen kunnen een persoon meer vatbaar maken voor depressiviteit. Voorbeelden van dergelijke karaktertrekken zijn bijvoorbeeld een negatief zelfbeeld, een te sterk plichtsgevoel, perfectionisme of onzekerheid. Iemand die naar zichzelf overmatig kritisch is, heeft vaak het gevoel te falen. Dergelijke negatieve denkpatronen kunnen leiden tot een depressieve gemoedstoestand.

  • Negatieve ervaringen

Nare ervaringen uit het verleden kunnen invloed hebben op de vorming van depressiviteit. Een persoon die een slechte jeugd heeft gehad, bijvoorbeeld in de vorm van verwaarlozing, eenzaamheid, angst, of misbruik, zal op latere leeftijd meer kans hebben op een depressie. Dergelijke invloedrijke negatieve ervaringen verschillen van persoon tot persoon en kunnen zeer uiteenlopend zijn.