Wat is faalangst?

Faalangst doet zich voor bij bepaalde taken die je jezelf stelt: je bent bang ergens in te mislukken. Zodra zo’n taak voorbij is, verdwijnt ook de faalangst. De angst keert echter weer terug wanneer je voor dezelfde taak staat. Als angst niet gekoppeld is aan bepaalde taken of opdrachten, is er geen sprake van faalangst, hoewel het er soms op kan lijken. Faalangst verschilt daarmee van andere vormen van angst. Onder faalangst wordt dus simpelweg verstaan: de angst om te falen. Dit is op zich niet negatief, ieder mens is tot op zekere hoogte bang om te falen. Bij faalangst is er echter sprake van irrationele angst, die niet in verhouding staat tot de gestelde taak of opdracht.

Als iemand last heeft van faalangst gaat het hart sneller kloppen en neemt de bloed- en zuurstoftoevoer naar armen, handen, benen en voeten toe. Daardoor krijg je warme of koude handen en begin je te zweten. Andere lichamelijke verschijnselen zijn verkramping van de maag, droge lippen en trillen of bibberen. Ook moet je vaak nodig naar het toilet. De spanning verhoogt de ademhaling, wat kan leiden tot benauwdheid en in het uiterste geval verlies van bewustzijn door hyperventilatie. Bij extreme vormen van faalangst kan totale lichamelijke verkramping optreden.

Het belangrijkste en vaak vervelendste is echter dat je door faalangst niet meer goed in staat bent helder na te denken: je denkvermogen blokkeert. Dit zorgt ervoor dat de resultaten uitblijven of sterk tegenvallen. Normaal gesproken is het niet zo erg als iets een keer mislukt, maar naarmate het aantal mislukte pogingen toeneemt, groeit de faalangst. Daardoor wordt het telkens moeilijker dezelfde taak succesvol af te ronden.

Verschillende soorten faalangst

Faalangst is onder te verdelen in de volgende drie groepen:

  • Cognitieve faalangst – Cognitie is ons kenvermogen ofwel leervermogen. Mensen met cognitieve faalangst vinden het moeilijk te laten zien wat ze aan kennis hebben opgedaan. Dit is de meest bekende vorm van faalangst. Mensen met cognitieve faalangst denken bijvoorbeeld voor een examen dat ze het niet zullen halen, terwijl ze wel goed zijn voorbereid. Soms faalt de persoon in kwestie dan ook daadwerkelijk, door de bijverschijnselen van de faalangst. Dit brengt dan bevestiging, wat de faalangst in stand houdt of zelfs sterker maakt.
  • Sociale faalangst – Dit treedt op in contact met anderen. Iemand met sociale faalangst blokkeert van angst tijdens bijvoorbeeld het toespreken van een groep, bij het ontmoeten van onbekenden, of in een gewoon gesprek. Zowel verlegenheid als sociale fobie hebben raakvlakken met sociale faalangst.
  • Motorische faalangst – Hieronder wordt de angst om het lichaam te gebruiken verstaan. Dit treedt vooral op wanneer de druk van het lichamelijk moeten presteren groot is, bijvoorbeeld wanneer een voetballer een strafschop moet nemen, of bij kinderen tijdens gymnastiek. De spanning tijdens dergelijke momenten is zo hoog dat de spieren samentrekken en het lichaam letterlijk stijf staat van de faalangst. Hierdoor is het lichaam minder goed te gebruiken, wat wederom voor bevestiging van de angst zorgt.