Oorzaken van faalangst

Sommige mensen zijn van zichzelf angstiger dan anderen. Een dergelijke ‘basis van angst’ kan aangeboren zijn. Ook bij faalangst kan dit het geval zijn. Daarnaast spelen er vele andere oorzaken een rol in het ontstaan van faalangst, die als volgt zijn onder te verdelen.

Cultuur

De cultuur en maatschappij waarin een faalangstig persoon opgroeit kan van grote invloed zijn. Alle geschreven en ongeschreven afspraken die er in een cultuur bestaan, geven aan welk gedrag geaccepteerd wordt, en welk gedrag niet. Ze vertellen ons dus wat je moet doen om erbij te horen. Wie zich niet aan de conventies van de cultuur houdt loopt het gevaar buitengesloten te worden. Je faalt dan als lid van de groep. De maatschappij waarin wij leven houdt ons waarden en normen voor waar we onmogelijk altijd aan kunnen voldoen. Het is dus onvermijdelijk dat we regelmatig het gevoel hebben te falen.

Opvoeding

Ouders en opvoeders geven hun kinderen constant opdrachten. Dit kan in de vorm van een vraag zijn, maar ook als bevel. Veel van deze opdrachten zijn echter onuitvoerbaar. Alle deze opdrachten uit onze jeugd hebben een invloed op onze belevingswereld en gedrag als volwassenen. Zo leveren de niet-uitvoerbare opdrachten de we als kind gekregen hebben, een bijdrage aan onze onzekerheid en faalangst. De onuitvoerbare opdrachten zijn onder te verdelen in de volgende kern opdrachten:

  • Alles op alles moeten zetten – Een persoon waarop deze opdracht invloed uitoefent, zal in faalangst situaties heel hard werken. De torenhoge inzet is in zulke situaties vaak belangrijker dan de resultaten van dat werk. Dat maakt het moeilijk om na te gaan of dat het werk met succes is uitgevoerd. Dit brengt een gevoel van falen met zich mee.
  • Iedereen moeten behagen – Mensen die dit als het hoogst haalbare doel stellen, proberen constant hun medemens tevreden te stellen. Alles staat dan in het teken van de ander niet teleurstellen. Aangezien dit onmogelijk is, zelfs als men zichzelf totaal wegcijfert, zal iemand met dit doel altijd falen.
  • Altijd flink moeten zijn – Bij een faalangstig persoon die deze opdracht uit de jeugd heeft meegenomen, uit deze opdracht zich in het verbergen van emoties. Hierdoor kan het lijken alsof deze persoon onverschillig is tegenover zijn of haar falen. De spanning van alledag wordt opgekropt. Hieruit komt alleen maar meer spanning en stress voort. Omdat niemand altijd sterk kan zijn, zorgt deze opdracht voor een gegarandeerd falen.
  • Op moeten schieten – Aangezien haastige spoed zelden goed is, begaan mensen die altijd haastig zijn in de regel onnodige fouten. Naast dit falen, kunnen ze ook moeilijk genieten van een met succes afgeronde taak, aangezien ze direct al met de volgende bezig zijn. Zodoende komen ze nooit aan rust en ontspanning toe.
  • Volmaakt moeten zijn – Ouders en opvoeders die in hun streven naar perfectie hun kinderen op iedere misstap afrekenen, geven hun kind een sterke basis voor faalangst. Het kind zal al snel door hebben dat ze nooit iets goed kunnen doen, waardoor de moed hen in de schoenen zinkt. Daardoor kunnen zij taken gaan vermijden, uit angst voor afkeuring. Als zij de taken wel uitvoeren, gaat dit samen met zoveel zenuwen, dat de kans op falen nog groter wordt.

Voor wie last heeft van faalangst is het vaak al geruststellend om te weten dat bovenstaande opdrachten nooit succesvol zijn uit te voeren. Het is dus niet erg dat je er niet aan kunt voldoen.